1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
1

Amsterdam, Nederland.

Mijn vader stond aan het begin van een veelbelovende carrière als hoogleraar aan de Amsterdamse Universiteit, maar werd al in het eerste oorlogsjaar als Jood ontslagen. Zijn zionistische vriend Isaac Kisch vertelde me jaren na zijn dood dat hij in het begin van de oorlog totaal ontmoedigd was. Kisch gaf het ironische commentaar: ‘Kijk, ik was er door tweeduizend jaar Jodenvervolging tegen ingeënt, maar voor je vader als overtuigd assimilant was dit een onverwacht harde klap.’

M.H.Bregstein benoemd tot hoogleraar Rotterdam.

2

Buenos Aires, Argentinië.

Toen zei de oude heer Hirschler: “Hij kan rustig naar Buenos Aires komen.” Dat heb ik toen gedaan, ik heb een plaats op een stoomschip genomen, dat kostte twintig pond, en ik had een cabine alleen. De reis duurde twintig dagen, het schip heette de Monte Bolivia.

Mijn grootvader Etienne kaartspelend met vrienden, waarschijnlijk zijn vriend Hirschler, directeur van Bunge. Omstreeks 1930.

3

Panemune, Litouwen.

Vaidotto Gatve was de enige straat van Panemune. Aan de ene kant werd hij ‘Diese Gas’ genoemd, aan de andere kant ‘Jene Gas’. Deze dorpsstraat liep evenwijdig aan de Nemen. Ik leerde nu ook dat ‘Pa’ in het Jiddisj ‘vlakbij’ betekent.

Oktober 1991: Grisja keert voor het eerst sinds lang terug naar Panemune, Litouwen.

4

Barnaul, Rusland.

Grisja gaat zijn familie raadplegen die meebeslist, maar hij zegt resoluut: ‘We kunnen daar niet blijven. In Barnaul kun je niet meer gewoon op straat lopen door de criminaliteit, de fabrieken liggen stil, alles is ontredderd. En de politieke situatie wordt steeds slechter. In de Sovjettijd was Rusland een Narrenland en het blijft een Narrenland.’

Oktober 1991: Grisja keert voor het eerst sinds lang terug naar Panemune, Litouwen.

5

Montevideo, Uruguay.

‘Hoe heeft U mijn grootvader Etienne ontmoet?’ Wolf kijkt verbaasd, alsof ik een rare vraag stel, en corrigeert: Onkel Shépsel?’ Hij spreekt het wat spottend uit, alsof hij mijn grootvader niet helemaal au sérieux neemt. ‘Shepsel’ betekent in het Jiddisj ‘schaap’, en was de oorspronkelijke naam van mijn grootvader, voordat hij zijn naam via een rechterlijke uitspraak in Amsterdam in ‘Etienne’ veranderde. ‘Onkel Shepsel kwam al naar Poniemon om mijn vader op te zoeken toen ik vier, vijf jaar oud was. Ik ging hem altijd samen met mijn vader bij de trein in Kaunas ophalen. Dan zaten ze op de veranda in Poniemon en bespraken van alles. Hij had een strohoed.’

Wolf Bregstein, Montevideo 1996.

6

Sverdlovsk Oblast, Rusland.

“En hier heb je de veroordeling: ‘Dat Bregstein vijandig gezind was tegen de communistische partij en tegen de revolutionaire beweging van de arbeidersklasse van Litouwen. Dat hij gedurende meerdere jaren actief tegen ze vocht. Dat hij van 1933 tot aan de restauratie van de Sovjetmacht lid was van een contrarevolutionaire organisatie van Joden (…) Bregstein is van oorsprong een handelsman en de revolutionaire beweging vijandig gezind.”

Grisja schudt zijn hoofd: ‘Mijn vader was boekhouder, wat betekent “van oorsprong een handelsman”?

Mosje Bregsteinas, de vader van Grisja, na terugkeer uit de goelag waarheen hij gedeporteerd was, eind jaren vijftig.

7

New York, Verenigde Staten.

Terwijl Ruth thee in de Franse porseleinen kopjes schonk, met speciaal voor mij opgetrommeld gebak uit een Franse boulangerie, zakte ik tegenover haar in een elegant, Frans fauteuiltje.(…) Ik liet me wiegen door haar lichte, tegelijkertijd warme stem, met verleidelijk spottende uithalen. Ze toonde zich dolblij dat ze haar hart over de Bregsteinfamilie bij me kon uitstorten(…). Hier zat ik tegenover een New Yorkse lady, in feite een Joodse vluchtelinge uit Litouwen, met zijn massamoordpartijen op de Joden, waaraan zijzelf op het nippertje was ontkomen.

Ruth Wetter Löwenstein in New York, 1998, samen met twee jeugdvriendinnen uit Kaunas. Links: Rina Harris-Homes, die net als Ruths vader dankzij de Japanse consul Sugihara in 1940 via Siberië kon wegvluchten. Midden: Esther Michkin-Rubin die het getto van Kaunas overleefde.

8

Tel Aviv, Israël.

Het volgende etentje is bij Jochanan Fein en zijn vrouw Nurit (…). Zijn ouders waren de overburen van de Bregsteins in Panemune en hij is een van de drie Feinkinderen in Israel, over wie we veel verhalen hebben gehoord (…). Ook Jochanans zuster Judith is er met haar man Jeshaja, die het getto van Kaunas overleefden.

Als Vera, Jochanans oudste zuster, vief binnenkomt, verklaart ze: ‘Het ruikt hier naar Panemune.’ Ze spreekt het op zijn Jiddisj uit: Ponjemonje, zoals ik het als kind hoorde.

Grisja ontmoet in 1995 in Tel Aviv de drie overlevende kinderen van de Bregsteinburen in Panemune, die hij voor de oorlog goed gekend heeft, de Feins.

9

Lissabon, Portugal.

Dit is het moment om het kaddisj te zeggen. Ik heb nog nooit in mijn leven een kaddisj gezegd (…) Nu heb ik de fonetische tekst bij me die Jefferey Marx me in LA had gegeven en die ik in het vliegtuig naar Lissabon en in de hotelkamer geregeld heb geoefend alsof ik me voor een examen voorbereidde. Langzamerhand begonnen de ongewone klanken makkelijk in mijn mond te liggen, en voelde ik het Hebreeuws doorklinken dat om me heen in Israël werd gesproken. Nu het zover is gaat het vanzelf. De betekenis die ik kende van de vertaling die Jeffrey me gaf ben ik vergeten, maar ik voel de klanken en het ritme van de woorden die ik uitspreek, net alsof ik een lied zing.

Bernard Bregstein, Koen en Philo Bregstein, bij de grafsteen van hun gezamenlijke grootvader Etienne Bregstein op de Joodse begraafplaats in Lissabon, 2008.

10

Chicago, Verenigde Staten.

Onverstoorbaar vervolgde Billie haar opsomming van het wel en wee van de Horwichkinderen, en keek aan het eind tevreden rond: als bij toverslag hadden alle anonieme gezichten op de foto een naam en verhaal gekregen. Deze kostbare informatie was zomaar als goud uit haar mond gerold. Voor Ray Epstein was de lunch geen smalltalkverpozing: met zijn papieren rond zijn bord voor zich uitgespreid noteerde hij alles wat Billie luchtigjes meedeelde zorgvuldig in zijn stamboeksysteem, haar ondervragend of het een politie-enquête betrof.

Chicago, 2000.

11

Washington, Verenigde Staten.

Bij de ingang van museum stond een tekst in de muur gegrift met ervoor een gele vlam: ‘Hoed er U terdege voor dat gij de dingen die gij met eigen ogen gezien hebt niet vergeet en zij niet uit uw hart wijken, zolang gij leeft: maak ze aan uw kinderen en kindskinderen bekend.’ Deuteronomium 4:9. 

Terug bij het bord met de affiche Hidden History of the Kovno Ghetto filmde Natascha ons allemaal. Ook werden reeksen foto’s gemaakt waarop we weer als ontspannen, vrolijke toeristen kijken.

Bij de tentoonstelling in het USHMM in Washington, Hidden History of the Kovno Ghetto, 1998.

12

Los Angeles, Verenigde Staten.

Tante Madeleine werd door mijn moeder altijd als een engel afgeschilderd. In tegenstelling tot oom Charles, die volgens haar voornamelijk in beursberichten was geïnteresseerd, speelde tante Madeleine mooi piano en deed veel aan liefdadigheid. Ze was in 1943 in Los Angeles na een darmoperatie overleden, waarbij het woord kanker taboe was.

Strand Oostende, v.r.n.l. mijn tante Madeleine, Nicolas Boruchowitz, de broer van mijn oom Charles, mijn grootvader Etienne, mijn oom Charles Boruchowitz, een onbekend persoon, links voor de vrouw van Nicolas Boruchowitz, omstreeks 1935.